
SharePoint 2007
Dit bericht bevat veel gebruikte termen binnen SharePoint. Hierbij is de focus gelegd op SharePoint 2007 en SharePoint 2010
Het product Sharepoint kan erg ingewikkeld lijken. De gebruikte terminologie is daarbij een struikelblok, waarbij onderlinge communicatie of überhaupt helder krijgen wat er bedoeld wordt niet altijd even eenvoudig is.
Onderstaande lijst tracht de meest gebruikte termen te verhelderen.
Algemeen
WSS
WSS staat voor Microsoft SharePoint Services; het gratis raamwerk welke gebruik maakt van webparts.
Tegenwoordig noemt men WSS: SharePoint Foundation
MOSS
Microsoft Office SharePoint Server onderscheidt zich van de Windows SharePoint Services als een additioneel betaald product, terwijl de SharePoint Services ‘gratis’ met Windows Server 2003/2008 worden meegeleverd. Waar Windows SharePoint Services vooral functionaliteiten biedt voor werken in teams, biedt MOSS aanvullende mogelijkheden zoals integratie met andere applicaties en databases, een Enterprise Content Management systeem en een persoonlijke site.
Tegenwoordig noemt men MOSS: SharePoint Server
SPS
SharePoint Portal Server
SSP
Shared Service Provider; een SSP is een collectie van gedeelde services, welke gepresenteerd wordt aan 1 of meerdere site collecties. In WSS wordt geen SSP geassocieerd met een site. In MOSS kan SSP een site voorzien van gedeelde services.
Site definities / Site definition
In een WSS omgeving wordt elke site gecreëerd op basis van een site definitie
- Een site definitie is de core definitie van hetgeen een site is in SharePoint
- Een sitedefinitie is te vinden op de web front end server en vindbaar op de machine onder ..\12\Template\SiteTemplates. Deze directory is taal onafhankelijk! (blog / wiki / basisvergaderwerkruimte / werkruimte /)
- Een sitedefinitie bestaat uit XML met CAML en .aspx-pagina’s
- Groot voordeel is dat de Pagina en Lijst definities NIET uit een database komen, maar van het file-systeem.
Voordelen sitedefinities:
- Data is lokaal opgeslagen dus performance is hoogstwaarschijnlijk beter
- Men kan meer aanpassen dankzij het direct wijzigen van Schema.xml
- Bepaalde aanpassingen aan sites of lijsten vereisen het gebruik van een site definitie (zoals nieuwe file-types, definiëren van viewtypes en het aanpassen van het edit-menu)
Nadelen sitedefinities
- Custom templates zijn eenvoudiger te maken dan site definities
- Wijzigen van een sitedefinitie na deployment is lastig / moeilijk
- Iets anders toevoegen dan code resulteert vaak in een niet werkende site
- Gebruikers kunnen geen SharePoint theme activeren op een site definitie
- Gebruikers kunnen niet 2 lijsten van hetzelfde type aanmaken met verschillende default content
- Aanpassingen kan alleen op het file-systeem op de front-end server en vereist dus bepaalde rechten.
Site template
Elke keer als je een nieuwe site aanmaakt gebruikt SharePoint vooraf opgestelde templates om eenvoudig nieuwe elementen voor een site te creëren. Deze templates maken het eenvoudig om bijvoorbeeld een teamsite, of een lege site etc. te starten.
Een site template (*.stp) wordt door de user interface aangemaakt (of via het object model)
De site template package is een package met verschillen / afwijkingen ten opzichte van een basis site definitie.
De site template package is als CAB bestand opgeslagen en kan gedownload / upload worden naar een sitecollectie door gebruikers met voldoende rechten.
Voordelen site template
- Makelijk te maken
- Alles wat men kan doen in de userinterface kan vastgelegd worden in een site template
- Kan aangepast worden zonder de huidige sites, gemaakt met de template, aan te tasten
- Eenvoudig uit te rollen (deploy)
Nadelen site template
- Custom templates worden niet gemaakt in een development omgeving (O-omgeving)
- Zijn niet erg efficiënt in een grote omgeving
- Als de site definitie, waarop de template is gebaseerd, niet bestaat op de front-end server, dan werkt de template niet.
Active Directory (AD)
De Active Directory slaat informatie op van verschillende objecten in het netwerk. Voornamelijk gebruikersaccounts, computer accounts, groepen (groups) en alle gerelateerde credential informatie, gebruikt door Windows en Sharepoint.
Authenticatie
De mogelijkheid van een entiteit om de identiteit van een andere entiteit te bepalen. Hoe het systeem weet, wie de gebruiker is.
Anonieme gebruiker / Anonymous user
Een gebruiker die geen credentials gepresenteerd krijgt om zichzelf te identificeren.
Audience
Een groep van gebruikers welke doel is van gerichte content
Audiences
Groepen gebruikers die voldoen aan een bepaald criteria, welke doel zijn van bepaalde informatie. Gebruikers zijn lid van een bepaalde audience, als ze voldoen aan de criteria van een audience. De criteria zijn gelinkt met properties uit AD.
Connectivity
BCS
Business Connectivity Services: een service die het mogelijk maakt om gebruikers (met afdoende rechten) externe data te gebruiken in SharePoint
BDC
Business Data Catalog: voor het aansluiting met andere lines of business.
Content
Collaboration Content
Collaboration content is content welke is opgeslagen in lijsten zoals kalenders, takenlijsten en document bibliotheken.
Inhoudstype / Content Type
Een unieke, herkenbare collectie van settings en velden welke metadata voor individuele items in een SharePoint omgeving opslaat. (voorbeeld: contenttype nieuws, of offerte).
Site
Een complete benoemde website opgeslagen in het toplevel van de site.
Een site bestaat uit een data repository, visuele elementen, administratie, en bijna elke andere kernelement van de functionaliteit en de ervaring van een gebruiker. Visueel wordt een site weergegeven als 1 of meer webpagina’s, lijsten en webonderdelen (webparts).
Subsite
Een subsite is een subdirectory onder de toplevel website. Elke subsite kan een eigen administratie, autorisatie en rechtenschema hebben.
Site columns
Site kolommen zijn eigenschappen van een bepaald type inhoud. Zo kan de site kolommen van een inhoudstype document: naam, beschrijving, auteur, status (concept of definitief) of regio zijn. Sit kolommen kan men definiëren voor een site of een site collectie.
Lijst / List
Lijsten zijn data repositories die kolommen met data en / of documenten kan bevatten. Visueel wordt een lijst weergegeven door een webonderdeel(webpart).Het is analoog aan een databasetabel; of een Excel-werkblad. Lijsten vormen de bron voorveel informatie in het intranet. Lijsten bestaan in verschillende vormen.
De meest gebruikte soorten lijsten zijn:
- Bibliotheken: Lijsten specifiek toegericht op het opslaan, bewerken en tonen van informatie in de vorm van bestanden zoals Word-documenten, Excel-sheets, pdf-bestanden, afbeeldingen en zelf filmpjes en geluidsbestanden. De lijsten bieden opties voor versiebeheer en het samenwerken aan documenten.
- Kalenders: evenementen worden getoond in een kalender-achtig overzicht. Gebruik deze lijst als bron voor afdelingsmeetings of community-events.
- Discussies: forums waarin men kan discussiëren en elkaars items kan becommentariëren.
- Wiki-lijsten: lijsten die webpagina’s bevatten die voorzien zijn van wiki-functies.
- Takenlijsten: lijsten met taken, vergelijkbaar met een taak in Outlook.
Webapplicatie
In IIS (Internet Information Services) bestaat een webapplicatie uit een unieke applicatie pool (application pool). Technisch gezien niet helemaal correct, maar je kunt een webapplicatie zien als een URL, zoals www.webhero.nl
Site collectie / Site collection
Een site collectie (site collection) bestaat uit een top-level site en al haar subsites. Het is een logische eenheid en voor administratie kan gekozen worden om bepaalde instellingen te configureren op het hoogste niveau en te laten doorwerken op de gehele collectie. Elke webapplicatie kan meerdere site collecties hosten. Alle sites in een site collectie worden opgeslagen in dezelfde SQL database.
Features
Een feature is een pakketje, welke geactiveerd of gedeactiveerd kan worden op een site of een sitecollection. Elke feature kan totaal anders werken, waardoor de omschrijving zeer belangrijk is. Een feature kan op verschillende wijzen geactiveerd worden (site instellingen , STSADM statement, site definition reference, feature stapling, feature activation depencies).
Masterpage
Een masterpage omvat de structurele content van een site. In veel gevallen bepaalt dit de header en footer van een site en veelal ook de linkernavigatie van een site. Het gebruik van meerdere masterpages is voornamelijk om een aangepaste look-and-feel the presenteren aan een site.
Page Layout
Een dynamische web template welke opgeslagen is als een document. Dit document bevat placeholders welke velden verbindt met een gepubliceerde pagina. De masterpage is de wrapper van de page layouts.
Een gebruiker kan kiezen welke view ze willen tonen.
MySite
Een MySite is een portaal met één pagina waarop persoonlijke sites, links etc. getoond wordt. MySite bestaat uit een publieke en een privé-gedeelte. Het privé-gedeelte is bedoeld als als persoonlijke werkplek, waarbij de publieke data als een businesskaart fungeert.
Webpart
Een webpart is een aanpasbaar element welke toegevoegd kan worden aan SharePoint pagina’s.
Private webpart
Een webpart die toegevoegd is aan een webpart pagina door een gebruiker. Deze gebruiker werkt aan de personal view. De webpart is alleen beschikbaar voor de gebruiker die de webpart heeft geïmporteerd / toegevoegd.
Webpart Connection
Dit betreft een relatie tussen twee webparts. Bij het laden van een pagina, om getoond te worden aan de gebruiker, is de keuze binnen webpart 1 relevant voor de uitwerking van webpart 2.
Samenwerkruimtes
Teamsites
Websites gericht op het samenwerken in een team. Beperkte toegang, gericht op vaste organisatie-eenheden (bijvoorbeeld een Directie of afdeling).
Projectensites
Websites ingericht om het werken in projectenteams te ondersteunen. Toegang vastgesteld per project, door de projectmanager. Overstijgt de afdeling.
Workflow
Workflow template
Een workflow template is de initiele beschrijving van hetgeen wat moet gebeuren (stappen, condities, beschrijvingen etc).
Workflow association
Het koppelen van een workflow aan een lijst of een bibliotheek. Deze link wordt association genoemd.
Workflow instance
Als men een item toevoegt aan een workflow gekoppelde lijst; de workflow die dan wordt opgestart en uitgevoerd wordt een workflow instance genoemd.